Ondersteuning

Algemeen

De wet Passend Onderwijs heeft als doel dat alle leerlingen een geschikte onderwijsplek krijgen. De Meerwaarde is aangesloten bij het Samenwerkingsverband Barneveld e.o. Dit samenwerkingsverband heeft hiervoor een ondersteuningsplan opgesteld. Hierin zijn de ondersteuningsprofielen van alle aangesloten scholen opgenomen. In het ondersteuningsprofiel wordt aangegeven voor welke leerlingen de school ondersteuning kan bieden.

Toelating

Een leerling komt in aanmerking voor een plek op de school als hij/zij aan de onderstaande criteria voldoet.

  • Leerachterstanden van drie jaar of meer op twee van de vier leergebieden technisch lezen, begrijpend lezen, spelling en wiskunde/rekenen.
  • Een IQ van tussen de 55 en 80.

Of de leerling aan deze criteria voldoet, wordt beoordeeld door de Permanente Commissie Leerlingzorg (PCL) van het Samenwerkingsverband Barneveld, de teamleider, de psycholoog en de zorgcoördinator en een afvaardiging van het ZML onderwijs (Zeer Moeilijk Lerenden).

Instroom

We ontvangen leerlingen van verschillende scholen:

  • Bao = Basisonderwijs
  • SBao = Speciaal Basisonderwijs groep 7/8
  • VSO = Voortgezet Speciaal Onderwijs
  • VO = Voortgezet Onderwijs
  • LWOO = Leerwegondersteunend Onderwijs
  • PrO = Praktijkonderwijs

Aanmelding

Bij het aanmelden van leerlingen kunt u contact opnemen met de zorgcoördinator, mevrouw J. Kap.

Ondersteuning

De ondersteuning in het praktijkonderwijs krijgt zeer veel aandacht. We hebben daar – naast de docenten – ook professionals met speciale taken voor in huis.

  • De mentor: is het aanspreekpunt en begeleidt de leerling bij zijn/haar groeidocument en geeft meestal de overige lessen.
  • De zorgcoördinator: is verantwoordelijk voor de intake van nieuwe leerlingen.
  • De psycholoog en schoolmaatschappelijk werker: leveren hun aandeel in de leerlingbegeleiding.
  • De teamleider: is eindverantwoordelijk voor het onderwijs en de organisatie binnen het Praktijkonderwijs.

Twee keer per jaar vindt er een leerlingbespreking plaats. Om de voortgang van de leerling in de gaten te houden hebben we regelmatig besprekingen. Op die manier blijft de school goed betrokken bij de voortgang van elke leerling.

Naast de testen zijn er activiteiten gericht op preventie en voorlichting betreffende:

» niet pesten
» alcohol en drugs
» verantwoord gedrag
» omgaan met de digitale wereld
» omgaan met relaties
» omgaan met geld

ZorgAdviesTeam

Het ZorgAdviesTeam (ZAT) bestaat uit vertegenwoordigers van de school, het Centrum voor Jeugd en Gezin Barneveld, een ambulant begeleider, de politie, de jeugdarts en de leerplichtambtenaar. Als er een hulpvraag is met betrekking tot de ontwikkeling van de leerling, kan het ZAT advies gevraagd worden. Dit verloopt via de mentor en het Expertise- en Begeleidingscentrum. Voordat we een leerling bespreken, vragen we toestemming aan de ouders van de betreffende leerling.

JEUGDARTS en leerplichtambtenaar

De jeugdarts is regelmatig in de school aanwezig. Alle leerlingen van het tweede leerjaar krijgen een onderzoek. Zonodig roept de jeugdarts leerlingen uit andere leerjaren op. Ook kunnen leerlingen, eventueel met ouders, aangemeld worden voor het spreekuur van de jeugdarts.

De leerplichtambtenaar heeft elke twee weken een spreekuur op school. Leerlingen die veel verzuimen kunnen opgeroepen worden voor dit spreekuur. Ook ouders kunnen gebruik maken van dit spreekuur.

Nazorg

Praktijkonderwijs De Meerwaarde geeft na het verlaten van de school nog twee jaar nazorg op de arbeidsmarkt. Dit betekent dat er twee keer per jaar bij de leerling en zijn/haar ouders en bij het bedrijf, de instelling of de school wordt geïnformeerd hoe het gaat op de arbeidsmarkt of met de vervolgopleiding. Mochten er hulpvragen zijn, dan wordt bekeken welke instantie de hulpvragen kan beantwoorden of hierop actie kan ondernemen. De nazorg vindt plaats in overleg met het PPOB (Platform Praktijk Onderwijs Barneveld). Hierin zijn vertegenwoordigd: MEE Veluwe, gemeente Barneveld, leerplichtambtenaar en school.

Start en groeidocument

Wanneer een leerling start op de school wordt er een uitgebreid startdocument aangelegd. In dit start document bevindt zich het ontwikkelperspectief (OPP). Dit startdocument komt voort uit het intakegesprek, de warme overdracht en de gegevens van de basisschool en vormt de basis van alles wat daarna gebeurt. Het is als het ware de fundering van de leerlingbegeleiding. Wanneer dit goed gebeurt hebben de leerling/ouders en de school de gehele schoolloopbaan voordeel van deze basis.

Alle onderdelen die ingevuld worden in het startdocument gaan automatisch mee naar het groeidocument. Tot en met het eerste gesprek over het OPP, dat wettelijk binnen zes weken met leerling en ouders gevoerd dient te worden, zal het startdocument het verzamelpunt zijn. Daarna neemt het groeidocument deze rol over. De leerling is zelf beheerder van het groeidocument en tijdens de coaching gesprekken met de mentor/stagebegeleider worden de doelen die de leerling wil gaan bereiken vastgesteld. Twee keer per jaar worden de ouders uitgenodigd om de doelen uit het groeidocument te evalueren en bij te stellen. Het is ook mogelijk om thuis vandaan in te loggen in het leerlingbegeleidingssysteem. Zo kunnen wij de ouders goed op de hoogte houden.

De volgende onderwerpen worden in het start- en groeidocument worden bijgehouden:

  • School van herkomst
  • Schoolloopbaan
  • Toets- en testgegevens
  • Wensen van de leerling en ouders
  • Talenten van de leerling
  • Bevorderende en belemmerende factoren voor de ontwikkeling (OPP)
  • Onderwijsbehoeften (OPP)
  • Begeleiding (extra zorg)
  • Externe hulpinstanties
  • Verwachtingen/uitstroom (OPP)
  • Lange termijn doelen

Contact met ouders

Het plan wordt vastgesteld voor een half jaar. Twee keer per jaar worden ouders uitgenodigd om het groeidocument te evalueren en bij te stellen. Het kan zijn dat doelen langer blijven staan, maar er kan ook geconcludeerd worden dat doelen bereikt zijn.

Verwijsindex

De Meerwaarde is aangesloten bij de Verwijsindex Regio de Vallei. Dit is een landelijk digitaal systeem waarin professionals een signaal kunnen afgeven, wanneer zij zich zorgen maken over een jongere (tot 23 jaar). Het doel van een melding is om samen te werken met andere professionals die ook bekend zijn met de betreffende jongere. Een signaal op de verwijsindex maakt zichtbaar welke professionals er betrokken zijn en geeft mogelijkheden om hulpverlening goed af te stemmen. Meer informatie over de verwijsindex is te vinden op Rijksoverheid.nl.